Uncategorized

oogappel (deel 1)

            Houd mij als uw oogappel … (Psalm 17: 8 NBV)

Ik kwam deze uitdrukking onlangs tegen tijdens een bijbelstudie in een zondagsschoolklas. Ik dacht: waarom zou David vragen om ‘de appel’ van Gods oog te zijn?

En bovendien, welk deel van het oog is de appel? Mijn nieuwsgierigheid kreeg de overhand en ik ontdekte dat de ‘oogappel’ eigenlijk verwijst naar de pupil van het oog. In de oudheid werd aangenomen dat de pupil van het oog een rond, stevig voorwerp was dat vergelijkbaar was met een appel.

We weten nu dat de pupil geen solide object is; het is de opening in de iris, het gekleurde deel van je oog. De spieren van de iris regelen de hoeveelheid licht die door de pupil gaat door de grootte en vorm te regelen. Omdat licht essentieel is voor het gezichtsvermogen, werd de pupil als iets kostbaars beschouwd.

Dus in Psalm 17: 8, toen David God vroeg om ‘mij als de oogappel te bewaren’, vroeg hij dat God hem zou zien als zijn dierbare kind, het voorwerp van zijn overvloedige genegenheid.

Wist je dat als je diep in de ogen van je vriend kijkt, je in een spiegel een kleine weerspiegeling van jezelf zult zien? De Hebreeuwse woorden voor “oogappel” worden vertaald als “de kleine man” in het oog – een liefdevolle term van vertedering.

Hetzelfde geldt voor onze relatie met God. Net zoals je een kleine versie van jezelf ziet in de ogen van je vriend, ziet God een kleine weerspiegeling van zichzelf wanneer Hij naar je kijkt. Weet je dat je naar Gods beeld bent geschapen? U bent zijn dierbare kind, zijn kostbare bezit. Jij bent de oogappel van God!

Leave a comment